Pech langs de weg en andere ongemakken.
Een paar maanden na de aanschafgingen tot mijn grote schrik alle rode lampjes branden. Ik zette haar aan de kant, keek onder de auto en zag de olie met flinke druppels op straat vallen. Ik belde Wil Wijnhoven en hij instrueerde mij het LHM-olie reservoir bij te vullen met de olie in de fles bij het reservewiel. Ik wist niet eens dat die fles er was. Is dat standaard of is dat ook een van die geraffineerde Citroen-accessoires? Vervolgens zou ik maar door rijden en meteen bij hem langs komen. Binnen tien minuten was het gefixt, niets aan de hand dus, het viel binnen de garantietermijn. Na weer een paar maanden zorgeloos te hebben rond gereden, de eerste tienduizend kilometer beurt reeds achter de rug voor nog geen 250 gulden, wilde ik op een slecht moment bij een benzinepomp wegrijden, toen zij met een raar geluid afsloeg en niet meer aan de praat te krijgen was. Het was ’s ochtends zeven uur, ik kon dus nog niet bellen. Ik was vlak bij mijn werk dus ik wilde haar eenvoudig op een parkeerplaats duwen en het laatste stukje naar mijn werk lopen. Maar dat viel niet mee. Na enkele meters duwen gaf ik het op. Wat een loodzwaar vehicle is ze toch eigenlijk. Toen de motor het nog deed leek ze nog zo licht als een veertje. Dan maar de ADAC, de Duitse ANWB, bellen en er maar bij blijven want ze stond nog pal voor de benzinepompen. Na een uur kwam er een takelwagen van de ADAC. De monteur keek even onder de motorkap, maar van Citroen had hij blijkbaar geen kaas gegeten. ‘Davon versteh ich aber nichts.’, verzuchtte hij.
Mijn geliefde CX werd ruw op de takelwagen gehesen, het geschraap van de bodem over de metalen ribbels van de oprij-stroken deed mij pijn aan het hart. De takelwagenchauffeur raadpleegde een beduimeld boekje en daar gingen we, op weg naar de dichtsbijzijnde Citroen-garage. Dat was dus nog ruim een uur rijden, dwars door Dusseldorfnaar Neuss, wel twintig kilometer verder. Citroen-garages zijn dungezaaid in Duitsland. Aangekomen bij de garage hadden ze snel door wat er mis was. De distributieriem was gebroken. ‘Das kostet mindestens 2000 Mark.’, zei de Duitse garagehouder mij. Diepongelukkig belde ik Wil Wijnhoven en vroeg hem wat te doen. De garantietermijn was verstreken, maar hij wilde het gratis repareren, want dit had nooit mogen gebeuren volgens hem. Enigszins gerustgesteld nam ik afscheid van mijn dierbare bezit en begaf mij per taxi naar mijn werk. Na een paar dagen met een zeer slecht humeur in een geleende Opel Vectra te hebben gereden, was mijn CX eindelijk naar Boxmeer gebracht door de ANWB-transportdienst en nog diezelfde dag belde Wil Wijnhoven me dat ik haar weer in goede staat kon ophalen. Het was zo gepiept en er was niets ernstigs aan de hand, verzekerde hij mij. De distributieriem en een paar stoterstangetjes vervangen, en ze reed weer als een zweefvliegtuig (‘als een trein’ vind ik niet passen bij een CX: al dat gepiep en gebonk van een trein).
En zo reed ik weer een aantal maanden zorgeloos rond, op een koplamp na, die af en toe uitviel maar met een klap weer tot ontbranding te krijgen was, die overigens na vervanging ophield met uitvallen. Totdat ik op een regenachtige ochtend wegreed en het water met golven door de kieren van het schuifdak naar beneden kwam klotsen. De stoelen. mijn ontbijt, mijn mooiste kostuum, speciaal aangetrokken vanwege een presentatie van nieuwe software, alles was kletsnat. Wonder boven wonder bleven de elektrische functies verschoond van deze zondvloed. De radio tussen de stoelen was beschermd door de bak met brood, die ik er bovenop had gezet en die halfvol water stond. Ik droogde in de auto alles zoveel mogelijk af, dweilde de randen rond het schuifdak uit, en ging weer naar huis om een nieuw ontbijt te maken en droge kleren aan te trekken. Later op de dag reed ik langs de garage alwaar met geperste lucht de afvoerkanalen bij het schuifdak vrij gemaakt werden. Alweer opgelost dus.
Een week na dit voorval zag ik een flinke plas olie onder de auto, helemaal vooraan bij de radiator, dus ik dacht dat het koelvloeistof was. Het koelwater gecontroleerd. Was dik in orde. Ik bekeek de plas wat beter en zag dat het toch echt olie was. Het LHM-olie niveau gecontroleerd en inderdaad, dat was veel te laag. Voor de zekerheid ook maar het motoroliepeil gecontroleerd, en dat was ook veel te laag. Dus weer langs de garage.
De oliedrukregelaar van het LHM-olie circuit bleek te lekken en moest vervangen worden. Niet zo erg, hoort gewoon bij het onderhoud en kon nog wel 5000 km wachten tot de volgende grote beurt. Voorlopig gewoon bijvullen. Ernstiger echter was de motorolie die uit de intercooler kwam. Dat moest aan de turbo liggen, volgens Wil Wijnhoven. Blijkbaar sloop er motorolie door een slechte afdichting van de turbo naar de intercooler waar het er op het laagste punt, links vooraan, uitkwam. Hier was niet veel aan te doen, behalve dan de turbo te vervangen of te reviseren. Dit laatste zou echter makkelijk 2000 gulden kunnen kosten!? Het was ook niet direct schadelijk, ik kon er wel mee doorrijden, maar ik moest dus vanaf nu het oliepeil extra scherp in de gaten houden. Jammer dat nu net het oliepeilmetertje niet goed werkt. Affijn, olie bijgevuld, een extra bus olie van 5 liter mee in de auto, en ik reed weer verder.
De volgende week merkte ik dat de auto minder zweefde, ze veerde wat stugger , bijna zoals een normale auto. Terwijl ik dit zat te overpeinzen zag ik opeens voor mij remlichten opdoemen. Ik trapte op de rem, de auto begon te stampen en naar links te trekken alsof ik een lekke band had en rakelings langs de vangrail sleurde ik haar weer naar het midden van de weg, waar ik nog net op tijd tot stilstand kon komen om de auto voor mij niet te raken. Mijn hart bonkte in mijn keel, het zweet brak mij uit en ik trilde als een rietje. Ik had natuurlijk wel wat hard gereden, maar dat ik op deze manier zomaar de controle over haar bleek te kunnen verliezen, kon ik slecht verkroppen. Met een rustig gangetje van 140 km/u, reed ik gelijk maar weer naar de garage.
De linker voor-veerbol bleek bijna leeg. Het ding werd gevuld, een klusje van nog geen tien minuten, en inderdaad, ze zweefde weer als vanouds en ze liet zich weer een stuk gewilliger leiden met wat zachte druk op de Diravi stuurinrichting.
Een poosje later bracht ik mijn kinderen naar school in de Nijmeegse benedenstad, alwaar ik op een helling moest parkeren. Ik trok de handrem aan, stapte uit, en stapte snel weer in want de wagen rolde omlaag. Nog net op tijd voordat ik een andere auto raakte stampte ik op de rem en trok de handrem strakker aan. Hij bleek helemaal rechtstandig omhoog te kunnen en dan pakte pakte hij nog niet goed! Ik starte de motor en reed verder omhoog om een vlakke parkeerplaats te vinden, maar die waren er niet. Dan maar met de neus omlaag en het voorwiel gedraaid tegen de stoeprand, dacht ik, maar nee, dat gaat dus niet met Diravi. Ook al moeten ze zich langs de stoeprand schrapen, de wielen draaien zich vanzelf weer recht. De enige oplossing was om de auto helemaal schuin te zetten met een voorwiel tegen de stoeprand en de versnelling in de 1. Omdat ik, ook na reparatie, het vertrouwen in de handrem kwijt ben, ben ik dat altijd gaan doen en heb er al aardig handigheid in gekregen. Het valt niet eens op, want de voorkant is immers breder dan de achterkant en zo staat de auto aan de straatkant nog bijna gelijk. Ik maak me er soms wel zorgen over als ze langere tijd zo moet staan, want de neus steekt dan een eindje over de stoeprand. En wat gebeurt er als madam besluit zich neer te vleien? Precies, dan stoot ze haar neus waarschijnlijk tegen de stoeprand. Gelukkig schijnt ze dat zelf ook in te zien, want in dergelijke situaties heeft ze tot nu toe alleen nog maar haar kont laten zakken. Maar hoe lang ze het in die houding volhoudt weet ik niet, ik ben altijd binnen een half uur weer weg, maar als het even kan leg ik haar toch maar liever op een vlak stukje neer, op gepaste afstand van de stoeprand.
Dit doet me denken aan een voorval met de Xantia. Ik was met een collega in Utrecht en we waren de weg kwijt. Ik zag bij een bushalte zo’n informatiebord met stadskaart dus daar stopte ik en mijn collega stapte uit om de kaart te bestuderen. Hij liet de deur openstaan, ik deed de motor uit, en u raadt het al, de stoeprand bleek te hoog toen de auto zakte. De hele deur was ontwricht. Mijn collega heeft hem de rest van de rit vast moeten houden, omdat hij niet meer dicht ging. Het was een leasebak, dus voor mij geen centje pijn, maar ik moet er niet aan denken, dat me dat met de CX overkomt.
Na weer een aantal weken zorgeloos te hebben gegleden, maakte ik me ongerust over een schraperig geluid bij het remmen op zeer lage snelheden. Zouden de remmen versleten raken? Ik besloot gewoon zo min mogelijk te remmen en door te rijden tot aan de volgende beurt om het dan aan de garagehouder te melden. En inderdaad, de remblokken waren helemaal op en de schijven zo dun als een stuiver. Vervangen dus, hoort bij het normale onderhoud. Maar al met al koste deze vierde beurt (na 40000 km) wel meer dan 1250 gulden, terwijl de beurten na 10000 en 30000 km nog geen 250 gulden hadden gekost, en die na 20000 km iets meer dan 500 gulden. Maar ja, de remmen zijn voorlopig weer goed en die heb je soms hard nodig op de Duitse Autobahn.
Het werd weer voorjaar en terugdenkend aan de hete zomer van 1999 heb ik toch de airco maar laten repareren. Het zou een klein duizendje gaan kosten, was de schatting, maar helaas, door complicaties en een gebroken steunblok werd dat 1200 gulden. Maar ik kan nu de CX tenminste wel gerust in de zon parkeren en zonder een druppeltje zweet in mijn nette pak fris en alert blijven tijdens tropische dagen. De motor wordt nog wel steeds te heet, maar ook daar heb ik wat op gevonden, nl. niet harder dan 140 km/u! Bijkomend voordeel is dat hierdoor het dieselverbruik behoorlijk afneemt. Met koud weer rijd ik dus 160 tot 180 km/u met een verbuik van 1:12. Bij warm weer rijd ik met de airco aan een stuk langzamer en voordeliger , nl. 1:15! Dat scheelt nogal bij de huidige brandstofprijzen. Met een mooie zomer haal ik die 1200 gulden er misschien nog uit ook.
Op een mooie dag reed ik aldus met een kalm gangetje achter een vrachtwagen met puin. Ik liet rustig al het achteropkomende verkeer passeren, mijmerend over de brandstofbesparing die ik met mijn nieuwe rijstijl zou bewerkstelligen. Was ik nu maar met de gebruikelijke snelheid van boven de 160 km/u links blijven rijden, want plotseling zeilde er een stuk steen van de vrachtwagen tegen de voorruit. Een ster als een tennisbal en een barst van een halve meter was het gevolg. Verzekerd tegen ruitschade, dat wel, maar met een eigen risico van 150 gulden. Even overwoog ik nog om de vrachtwagen klem te rijden en aansprakelijk te stellen voor de schade, maar bevreesd als ik ben voor administratieve rompslomp en juridische strijd, alsmede conflicten met vrachtwagenchauffeurs, zag ik daar van af en ik accepteerde het mij aangedane onrecht.
Een week later sloeg het noodlot toe. In een langzaam rijdende file bij Krefeld, sloeg de motor af en ging niet meer aan. Ik stuurde de vluchtstrook op en daar stond ik dan, ’s morgens om 7 uur. De ADAC gebeld en die arriveerde een klein uurtje later. Dit keer was het wel iemand met verstand van zaken. Het bleek een herhaling van de storing in oktober 1999, een kapotte distributieriem. En dat na nog geen 40000 km! Hebben meer mensen misschien hiermee te kampen? Wie weet hoe dit kan gebeuren?
Ze moest weer afgesleept worden. Na nog een uur kwam de sleepwagen en die bracht me naar een terrein bij Krefeld. Ik regelde met Wil dat een kennis van hem de volgende dag mijn arme CX zou ophalen en hij het meteen zou repareren. Het was inmiddels 11.00 uur en ik had helemaal geen zin meer om te werken, dus ik ging met een taxi naar het dichtsbijzijnde station en met de trein naar de garage van Wil, en vandaar met een leen-BX terug naar huis. De volgende dag met de BX naar het werk, alwaar ik me niet kon concentreren en ongeduldig wachtte tot ik weer naar de garage van Wil kon. ’s Middags kwam het verlossende telefoontje: ze is weer klaar! Ik spoedde mij zo snel als maar kan met een BX naar Boxmeer en trof mijn geliefde CX weer in goede gezondheid aan. De distributieriem was over een lengte van wel 30 cm zijn tanden kwijt en bij de aangrenzde 10 cm zaten ze er als losse flapjes aan. Wil kon het niet verklaren. Alle spanningsrollen en lagers liepen nog goed. Het moest aan de riem zelf liggen. Wil stuurde hem op naar de fabriek met een verzoek om het ding te onderzoeken, maar daar heb ik tot nu toe nog niets van gehoord. De kosten kwamen mij dit keer wel toe, zo’n 500 gulden, inclusief afslepen. Dat viel dan nog aardig mee, vergeleken met wat die Duitse Citroen-specialist van de vorige keer gezegd had.
Hierna heb ik het jaar zonder storingen of noemenswaardige kosten uit kunnen rijden, alleen moet ik tegenwoordig naast het oliepeil ook nog wekelijks het koelvloeistofpeil controleren, omdat dit om onverklaarbare redenen tegenwoordig ook behoorlijk snel daalt.


email: dolfmoon@planet.nl

<next page>
5

Last update: 16 Sep 2000