April 2001 begon met de voorjaarsrit.
Mijn
dochtertje en ik reden achter Arjan en zijn zoontje aan in hun 22 TRS
naar
’s Heerenberg. Bij het voormalige Gouden Handen pretpark was een ruime
parkeerplaats waar de CX-en drie rijen dik stonden opgesteld. Het weer
en de atmosfeer waren goed, de kinderen zoet en we keken onze ogen uit
naar al die heerlijke CX-en.
De gele ambulance van Citroville
was er ook. Om pechgevallen te verhelpen, dacht ik, dat gaf een
gerustgesteld
gevoel, want ik had immers net een nieuwe cylinderkop en vertrouwde het
nog niet erg dat alles wel goed ging met mijn CX. Ze hobbelde nogal en
spoorde niet helemaal. Maar niemand kreeg pech, behalve Dibert Ketting
zelf. Al snel lag hij onder zijn eigen gele ambulance te sleutelen. Hij
kan het gewoon niet laten dacht men eerst, maar het was echt nodig want
de koppelingskabel bleek gebroken te zijn.
Langzaamaan werd het parkeerterrein leger toen iedereen
ombeurten
vertrok voor de puzzelrit. Met bolletjes en pijltjes om de richting aan
te geven en de afstanden in 100 m kregen we de routebeschrijving. Arjan
en ik vertrokken als laatste. Na zo’n 10 km verdwaalden we, omdat de
100
m aanduidingen op mijn dagteller niet meer te lezen zijn en Arjan niet
zat op te letten en domweg achter mij aan reed. We waren als eerste
terug
en genoten van de aankomst van alle anderen.
De week erna werd ik drie keer geflitst, zoals later bleek.
Pas
bij de derde keer kreeg ik in de gaten dat de flitspalen op de
Energieweg
in Nijmegen omgedraaid waren, dus ze pakten je niet meer van achteren,
maar nu weer eens van voren. Eind april stond het vernieuwen van de
koppeling
op het programma. Het was inmiddels zo erg geworden dat ik heel
voorzichtig
moest optrekken, omdat de koppeling niet meer goed pakte. Het bleek dat
een oliekeerring lek was en de lekkende olie had de koppeling vernield.
De platen waren niet eens zo erg versleten.
Ook de kapotte draagarmlagers achter werden vervangen,
waardoor
het hobbelen gelukkig weer verdween.
De zesde mei dus naar Citromobile
geweest,
als bijrijder in het leder van La Blanche,
de
nieuwe aanwinst van Arjan, met twee kleintjes achterin. Prachtige
dingen
gezien, zie de foto’s.
Half mei kwam de taxateur naar mijn CX kijken. Een erg aardige
man
met een voorliefde voor klassieke Citroens. Hij prees mijn CX uitvoerig
en taxeerde haar op 8500 gulden, voor het tarief van 225 gulden.
Eind juni moest er weer APK-gekeurd worden. Weer eens een
nieuwe
distributieriem laten monteren, nieuwe remleidingen en een mooi
glimmend
nieuw uitlaateindstuk, zodat ze weer ruimschoots voldeed aan alle eisen.
Deze zomer gingen we niet weg op vakantie. We hadden net een
huis
gekocht, met een mooie verwarmde garage, waar we nog veel aan moesten
doen.
De CX kreeg vier weken rust en wij ploeterden voort.
In augustus moesten we weer aan de slag. Mijn werk was
inmiddels
verhuisd naar Meerbusch, zo’n tien kilometer voor Düsseldorf. Dat
betekende vier- tot vijfhonderd kilometer minder per maand. Maar de
kilometerteller
vond het toch teveel worden, want het ding begon al tikkend te
protesteren
en wilde voor een rit van meer dan honderd kilometer er niet meer dan
twintig
bijtellen. Ik vond het niet belangrijk genoeg om er meteen voor naar de
garage te gaan, dus ik reed door tot het volgens mijn
rittenadministratie
tijd was voor de 475.000 Km beurt.
Dat was half oktober. De kilometerteller werd gemaakt, alle
kapotte
lampjes in het dashboard vervangen, nieuw oliefilter en verse olie, en
we kunnen er weer een maand of drie tegenaan.
In september nog wel twee keer geflitst, eind oktober de oude
onverslijtbare
Vredestein winterbanden er weer op laten zetten en de hele winter
zonder
problemen doorgereden.
Alleen ging de koude start niet zo best meer. Ze sloeg wel
altijd
meteen aan, maar pruttelde dan eerst wat op 1, 2 of 3 cylinders,
terwijl
blauwe rookwolken opstegen uit de uitlaat en de hele buurt in een
donkere
mist werd gezet. Zogauw de motor op temperatuur was liep ze weer
uitstekend.
Ik probeerde allerlei diesel-toevoegingen, 2-takt olie, peperdure
wondermiddeltjes,
maar dat hielp allemaal niets.
Pas bij de onderhoudsbeurt in februari (485.000 Km) werd dit
euvel
verholpen door de brandstofpomp bij te stellen.
Verder waren er eigenlijk geen problemen, behalve dan weer die
handrem
die bijgesteld moest worden. Nog wel twee nieuw zomerbanden
gekocht,
Michelin 195/70 R14 91H Energy MXV 3A om precies te zijn, voor 115 Euro
per stuk bij van Raay in Nijmegen.
Nu het weer warmer wordt merk ik dat de airco het niet meer
goed
doet. Dat zal ik z.s.m. in orde moeten laten maken voordat het echt
heet
wordt.
Op 5 mei 2002 was er weer een Citromobile,
en ik heb er weer een paar mooie plaatjes kunnen schieten om op mijn
website
te zetten. Ook heb ik er wat brochures
gekocht
en die staan inmiddels ook gedeeltelijk op de site. Ik heb nog heel wat
scanwerk te doen ....
25 en 26 mei stond het tienjarige
jubileum van
de CCCN op het programma. De safaricamping bij de Beekse Bergen was
afgehuurd en men kon er het hele weekend genieten van onze favoriete
voertuigen.
Met de belofte dat we niet de hele dag rond de auto's gingen hangen en
ook het safaripark zouden bezoeken, kreeg ik mijn gezin zover dat ze
mee
wilden. Helaas werd mijn oudste dochter ziek, buikgriepje, en moest
Monique
bij haar thuis blijven. Ik ging op weg met mijn twee andere kinderen.
Bij
de CX-camping aangekomen regende het flink en begon net het Concours de
Elegance. De eerste CX-en miste ik helaas omdat ik het foto-apparaat
niet
snel genoeg aan de gang kreeg, maar daarna heb ik toch aardig wat
plaatjes
kunnen schieten. Maar ja, na een uurtje kregen de blagen er al genoeg
van
en moesten we naar de wilde beesten.
In juni/juli staat de APK weer op het programma en de 500000
kilometerbeurt,
natuurlijk bij Wil Wijhoven.
Als dat maar goed uitpakt, want financieel kan ik me niet veel
meer
veroorloven, na de gigantisch uit de hand gelopen verbouwingskosten aan
ons nieuwe huis.
Bij te hoge kosten ben ik genoodzaakt mijn CX op te geven en
zo’n
saaie nieuwe duitse auto van de zaak te gaan rijden. Als troost kan ik
dan mijn CX stallen in onze nieuwe verwarmde garage. Maar laten we niet
gelijk het ergste denken, voorlopig is er nog hoop.

Eind mei werkte de airco helemaal niet meer, natuurlijk net
toen
die hard nodig was. Ik ging ermee naar een gespecialiseerd bedrijf in
koelsystemen,
waarvan ik gehoord had dat ze nog gerust R12 gebruikten.
De druk was weg, dus er moest een lek zitten. Van
verschillende
kanten werd het airco-systeem afgeperst en alles leek dicht. Toen moest
de pomp zelf worden afgeperst en daarvoor werden de slangen van het
pompdeksel
afgedraaid. De eerste slang ging er vlot af, maar de tweede zat erg
vast.
En ja hoor, wat ik vreesde gebeurde, de aansluiting op het pompdeksel
werd
helemaal kapot gedraaid. 'Tsja, dan kan ik u nu niet verder helpen, er
moet een nieuw pompdeksel op en nieuwe wartels. Daarvoor moeten we over
een week of zo maar een afspraak maken. Dat is minstens vier uur werk
en
met het materiaal erbij gaat dat tenminste 350 Euro kosten'. Mooi shit,
dacht ik, ze maken het zelf kapot en vragen dan veel geld om het te
repareren.
En natuurlijk moest ik het afpersen en de tijd die het gekost had om
uiteindelijk
de boel te vernielen ook betalen. Afgeperst voelde ik me inderdaad.
'Laat
maar zitten. Ik vraag Wil wel om het te repareren.', zei ik dus
onvriendelijk.
De volgende dag ging ik meteen bij Wil langs en deed mijn verhaal. Hij
had nog een aircopomp liggen, haalde het deksel eraf en probeerde het
er
bij mijn CX op te zetten. Het paste echter niet goed en hij belde de
aircoboer
op om te vragen hoe het precies zat. De man had nog wel een goed deksel
liggen en zou dat langs brengen. Een paar dagen later ging ik weer naar
Wijnhoven en het deksel was er inderdaad aangekomen. Maar Wil kon het
niet
monteren, omdat hij de juiste pakkingen niet had. Het leek hem toch
beter
om het door de aircospecialist te laten doen. Na een lange hete week
kon
ik er eindelijk terecht en het deksel werd gemonteerd. Bij het afpersen
bleek het niet goed af te sluiten. Weer moest ik, uiteraard na
betaling,
onverrichterzake terug naar huis. Ik had goed opgelet hoe het moest en
in het weekend demonteerde ik het zaakje zelf, met mijn nieuwe
sleutelset,
die ik op vaderdag had gekregen. Ik zag dat de pakking niet goed zat en
veranderde het zoals het volgens mij moest. Weer belde ik de aircoboer
en maakte een afspraak.
Ondertussen deed Wil Wijnhoven eind juni de 500.000 Km beurt
en
APK-keuring. Alles was goed! Er werd alleen wat speling in de
fuseekogels
op het keuringsrapport genoteerd. Begin juli kon mijn airco eindelijk
gerepareerd
worden. Er moest nog een wartel (aansluitingsmoer) met een hydraulische
pers op de slang gezet worden en na van alle kanten te zijn afgeperst
en
het systeem dit keer goed dicht bleek, kon het met R12 worden gevuld.
Alles
bij elkaar had het toch nog 350 Euro gekost. Maar de koele lucht was
hemels,
en ik kwam ten minste weer droog thuis na een rit in de hete zon.
Vanaf 12 juli had ik vier weken vrij en we gingen met onze
VW-bus
naar Frankrijk. Waarom niet met de CX ? Gewoon omdat we daarin niet
alles
wat we willen kunnen meenemen. Drie kinderen, drie fietsen, drie grote
dozen speelgoed, twee tenten, koelkast, magnetron en nog vele vele
andere
spullen zou een Break zelfs niet kunnen vervoeren. Misschien wel een
drie-asser
zgn. Loadrunner, maar zolang ik die nog niet heb moeten we het dus met
onze rammelende VW-legerbus
doen. De CX wilde ik
die vier weken in onze pas verkregen garage stallen. Ik had de garage
er
speciaal voor opgeruimd en reed de wagen naar binnen. Toen ik de deuren
dicht wilde doen bleek dat ze er niet in kon! Zelfs met de voorbumper
tegen
de werkbank aan konden de deuren niet dicht. Ze was zo'n vijf
centimeter
te lang, of de garage te kort natuurlijk. Ze moest dus zo als altijd
buiten
blijven in weer en wind.
Toen we 10 augustus terug kwamen na een heerlijke vakantie in
Frankrijk,
met als enig minpuntje dat ik mijn CX deerlijk miste en waarin we
welgeteld
drie andere CX-en waren tegengekomen: een franse, een nederlandse en
een
engelse, was het eerste dat ik deed een stukje rijden. Het was starten,
omhoog komen, airco aan, wegrijden over de verkeersdrempels en weer
echt
thuis zijn. Alles was weer zoals het zijn moest.
Totdat ik op 2 september, 's ochtends om 6.30, nog donker,
wegreed
en bij het eerste stoplicht de waarschuwingslichten op rood sprongen.
Ik
stapte uit en zag een grote plas olie onder de auto vandaan komen. De
kont
van de CX zakte naar de laagste stand. Heel voorzichtig reed ik terug
naar
huis en belde de ANWB. Ruim een uur later kwam er iemand. Het enige wat
ze konden doen was transport regelen. Ik mocht zeggen waar naar toe,
als
het maar binnen Nijmegen was. Mijn eigen garage in Boxmeer was niet op
kosten van de ANWB mogelijk, dus ik belde Cup, de Citroendealer in
Nijmegen.
'Een CX? Nee, daar kunnen we niet aan beginnen.', kreeg ik te horen.
Een
andere goed bekend staande Citroengarage in Nijmegen geprobeerd, maar
die
had geen tijd. Met veel heen en weer getelefoneer kreeg ik het voor
elkaar
dat ze naar Bart Ebben kon, in Malden iets buiten Nijmegen.
Toen de sleepwagen kwam werd ze vakkundig op de wagen gehesen.
Drie
centimeter speling tussen trekhaak en asfalt was net genoeg. Er werden
wat kattebakkorrels gestrooid over de olie op de weg, maar al gauw
bleek
dat onbegonnen werk. Het oliespoor volgend, dat ik bleek te hebben
achter
gelaten aan beide kanten van de weg tot aan de plek waar ik was
omgekeerd,
reden we naar Bart Ebben en lieten we haar weer van de transporter
afzakken.
Ik vertelde wat er aan de hand was en ze konden het dezelfde dag nog
repareren.
De sleepwagen bracht me naar een vervangende auto van de ANWB, een
miezerige
Mitsubishi Colt. Ik hobbelde ermee naar huis en werd weer pijnlijk
geconfronteerd
met dat LHM-oliespoor op de weg. Beschaamd parkeerde ik het japannertje
voor mijn huis, boven de grote plas met de kattebakkorrels. De Colt was
veel te klein om het geheel te bedekken, dus ik pakte een bezem en deed
net alsof ik een fatsoenlijke buurtbewoner was die de stoep schoon
hield,
maar ondertussen veegde ik zo veel mogelijk zand over de olie. De
buurman
kwam naar buiten: 'Zo buurman, die auto lekt wel veel olie, zeg?' Ik
bromde:
'Ja, die klote-japannertjes, welke idioot zet zoiets nou precies voor
ons
huis.' Hij keek me niet-begrijpend aan. Misschien had hij toch gezien
dat
ik hem daar zelf had neer gezet. 'En waar is jouw CX?', vroeg hij
vervolgens.
'Oh, bij de garage, niets ernstigs hoor, een kleine reparatie.'
Ondertussen was het 12.30 uur, en ik had geen zin meer om naar
mijn
werk te gaan, zeker niet in dat mutsebusje.
Ik moest de kinderen om 15.15 uur van school halen, en dat
deed
ik dan wel op de fiets, hoewel dat tamelijk lastig is met drie
kinderen.
Tot die tijd kon ik nog wel even naar CX-advertenties kijken op
internet.
Later op de middag belde ik Bart Ebben op en ik hoorde dat de
reparatie
was geslaagd voor ruim 150 Euro. Een LHM-leiding die naar de achterste
veerbollen liep was geheel doorgeroest geweest. Ik reed er meteen heen
in het Coltje met mijn drie kinderen op de achterbank, die slaande
ruzie
kregen vanwege ruimtegebrek. Net voor sluitingstijd kwamen we aan. Ik
betaalde
en we reden terug naar huis in mijn CX. Het Mitsubisje liet ik bij
Ebben
staan. De kinderen lagen volmaakt tevreden achterin, en ik was
bijzonder
opgelucht dat het zo snel en redelijk goedkoop was opgelost.
|